Worstelen naar Gods heerlijkheid

De verkondiging dat God in Christus mens werd is de kern van het evangelie. Toch hebben we soms de ervaring dat God afstandelijk is. Herkenbaar? Lees hier hoe een 99 jaar oud artikeltje uit de Spade Regen je verder kan helpen in je wandel met Jezus.

De christen is een tabernakel

In het artikel ‘De heerlijkheid des Vaders’ (12e jaargang, nr. 5) legt Wilhelmine Polman de tabernakel uit als beeld van de gelovige mens. De centrale gedachte in haar artikel is dat God zijn heerlijkheid openbaart in de innerlijke mens. Zij ontleent deze gedachte aan Johannes 17:22: ‘En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn’ (HSV).

De tabernakel was het heiligdom in tentvorm waarmee Mozes en het volk de woestijntocht naar het beloofde land aflegde. Een andere naam voor de tabernakel is ‘ontmoetingstent’. Het is de heilige plek waar God zijn volk ontmoette. Deze tent bestond uit drie delen: het voorhof, het heilige en het heilige der heiligen.

In ‘De heerlijkheid des Vaders’ trekt Polman de gelijkenis met het innerlijk van de mens. ‘Evenals de Tabernakel uit drie delen bestond, zo is ook de mens een drievoudig wezen: geest, ziel en lichaam.’ Zoals de tabernakel Gods aanwezigheid huisvestte, zo is nu – door de bemiddeling van Jezus Christus (1 Tim. 2:5, Hebr. 9:15) – de ‘wedergeboren mens een heiligdom Gods, een tabernakel waar verschillende diensten worden gehouden.’

Polman vergelijkt de menselijke geest met het heilige der heiligen, de menselijke ziel met het heilige en het menselijk lichaam met het voorhof. Ze stelt: ‘In al deze drie wil God zich verheerlijken, Zijn heerlijkheid openbaren.’ De dagelijkse ontmoeting tussen God en ons vindt dus in deze drie ‘diensten’ plaats. Zo worden gelovigen in Christus één met God, waardoor we de ‘heerlijkheid des Vaders mogen bezitten.’

Niet vanzelfsprekend

Vandaag de dag wordt spiritualiteit vaak gepresenteerd als iets dat je heel soepeltjes vorm kunt geven in je leven. Of we gaan ervan dat het gebedsleven de ander zo natuurlijk afgaat, dat het bij jou ook zo zou moeten zijn. Zo werkt de Geest van God toch? En: als ik bereid ben, wat kan er dan nog in de weg zitten?

Jazeker, de Geest geeft ons dat besef van leven in Gods aanwezigheid. En openheid van jouw kant is absoluut cruciaal. Maar dat neemt niet weg dat de drie ‘diensten’ waar we God ontmoeten – geest, ziel en lichaam – niet zonder meer vanzelfsprekend zijn.

In de verdrukking

De menselijke geest is volgens Polman dat deel in ons wezen waar Jezus Christus als Hogepriester in diepe rust en stilte zijn werk kan doen. Kan Hij dat dan ongestoord doen? Ja, wanneer we ‘in de volle vrijheid van de Geest staan, opdat de heilige Geest alleen onze geest bezit, en geen andere geesten, invloeden of indrukken onzen geesten aan banden leggen of verduisteren.’

Oftewel, onze overgave aan God – dus niet aan mensen of kerken – dient onvoorwaardelijk te zijn. Alleen de Geest van God, niet zomaar een spiritualiteit.

Eenzelfde opmerking maakt ze over de menselijke ziel: ‘De ziel voedt zich met allerlei invloeden, met het hoorbare, het zienlijke, en zij bezoedelt zich dikwijls op deze wijze. Maar is daar eenmaal de eenheid met de Vader en Zoon, dan komt de ziel tot rust.’

De menselijke ziel kan het dus erg druk hebben met allerlei zaken die zintuiglijk waarneembaar zijn. Dat kan hinderlijk zijn in de omgang met God.

Sommige dingen veranderen niet. Zoals Polman destijds ervoer hoe de relatie met God in de verdrukking kon raken, zo is die ervaring vandaag de dag nog steeds realiteit.

De heerlijkheid van de Vader bezitten

Niet alleen christenen worstelen met geestelijke druk. Termen als ‘burn-out’ en ‘mindfulness’ zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het geestelijk leven – daarmee bedoel ik: het innerlijk leven van de mens – staat onder druk. Hoe helpt Polman ons dan?

  1. In de eerste plaats wijst Polman ons erop dat eenheid met God leidt tot leven in zijn heerlijkheid. Héér-lijk-heid! Sterker nog, ze stelt dat de christen de heerlijkheid van God kan ‘bezitten’. Dat groeit wanneer je jezelf als het ware ziet als tabernakel. Als ‘ontmoetingstent’. Zorg daarom voor voldoende rust in je leven, zodat je God ontmoet in geest, ziel en lichaam. In de taal van nu: we zijn gemaakt om God te aanbidden met heel ons wezen.
  2. In de tweede plaats maakt Polman ons bewust van de onmiskenbare invloed die onze omgeving en psychische gesteldheid heeft op ons geestelijk leven. Die invloeden zijn in de afgelopen 99 jaar steeds beter in kaart is gebracht. Ik denk dan in het bijzonder aan de groeiende wetenschappelijke inzichten in de psychologische (persoonlijkheid, ontwikkeling) en lichamelijke (neurologie) condities van mensen. Deze inzichten kunnen je helpen om de invloeden die je ziel ‘bezoedelen’ te identificeren en op de juiste manier te benaderen.
  3. In de derde plaats spoort Polman ons aan om in de ‘volle vrijheid van de Geest’ te gaan staan. Ik besef me steeds meer dat christenen deze volle vrijheid soms gebruiken om eigen gebreken te maskeren. Of om eigen zwakheden goed te praten. Maar we mogen gewoon eerlijk zijn over onze worstelingen en moeiten. God aanvaard ons zoals we zijn. De Geest brengt je juist in de volle vrijheid van Christus wanneer je open kaart speelt met God. Schroom dus niet je zielenroerselen bij het kruis van vergeving en vernieuwing te brengen.

Worstelen naar Gods heerlijkheid

Dus ja, de ervaring dat God niet zo dichtbij is als je zou willen is inherent aan het christenleven. Het goede nieuws is, dat we daar iets mee kunnen! We hoeven onze dagen dan niet hulpeloos en lijdzaam te slijten. Het vergt een inspanning van onze kant om te leven in de heerlijkheid van God. Maar die inspanning is nooit tevergeefs (Hebr. 11:6).

‘Laat ons leren elke dag opnieuw onze geest te bevelen in de handen van de Vader, opdat alleen Zijn heerlijkheid in ons wonen kan; opdat het bloed van de besprenging ons elke dag opnieuw reinige en heilige van alle besmetting des geestes, en wij niet alleen één zijn in Hem, maar ook als leden van Zijn lichaam één zijn.’ – Wilhelmine Polman